De terugkeer van Spinoza
Recensies
DE TERUGKEER VAN SPINOZA
Ronald van Raak & Siebe Thissen
Uitgeverij Spinozahuis 2026
DE DAGERAAD VAN HET SPINOZISME
Ronald van Raak
De zonde van Spinoza
In zijn Ethica hanteert Spinoza een alternatieve metafysica voor het christelijke en joodse denken en de definitie van God en in zijn filosofie heeft geen enkele georganiseerde religie zin.
Er was al vaker kritiek op de kerk geweest bijvoorbeeld door Desiderius Erasmus, maar de zonde van Spinoza was dat je helemaal geen religie nodig had. Alles is slechts een kwestie van oorzaak en gevolg en de mens moet zoveel mogelijk oorzaak van zijn eigen leven zijn. Hij noemde dat conatus. De juiste kennis leidde tot een deugdzaam leven. Daarmee werd hij weggezet als immoreel en gevaarlijk. Daar kwam door de komst van het socialisme twee eeuwen later pas verandering in en Spinoza populair werd in de arbeidersbeweging. De voortrekkers hierin was Ferdinand Domela Nieuwenhuis en de in Den Bosch geboren Jacob Molenschott, een hoogleraar in Turijn (1861) en Rome (1879). Molenschoot was al fysioloog geïnteresseerd in de werking van onze hersenen en zocht naar de juiste voedingsstoffen voor het denken – mager vlees en jonge groenten. Een streven dat vandaag de dag weer heel actueel is. Hij beriep zich op Spinoza die een aanvulling leek op het materialisme van die dagen. In zijn inauguratierede ‘De eenheid des levens’ in 1864 in Turijn zegt hij: “Niet daarom is het leven een eenheid, omdat het uit een enkele kracht ontspruit; het is een bewegende toestand, een zee waarin de individuele vorm der goven bestendig is”. Goede voeding, de juiste opvoeding, zinvol werk en gezond wonen was een vorm van Spinozisme da goed bij he socialisme paste.
Degene die zich op de filosofie van Molenschott beriep was Multatuli, die door Nieuwenhuis tot moreel voorbeeld werd gesteld. Hoewel hij in tegenstelling tot Spinoza’s Ethica hiervoor een literaire methode gebruikte, sloot hj aan op Spinoza’s hartstochten. Blijheid en liefde waren belangrijk voor het zien van de waarheid.
Multatuli was niet de enige schrijver die zich in de late 19e eeuw liet inspireren door Spinoza. De humanist Johannes van vloten en de socialist en communist Herman Gorter, die de Ethica vertaalde, volgden zijn voorbeeld.
Door Gorter en ook David Wijnkoop werd Spinoza tot de ware voorganger van het communisme gemaakt. De NSB-er Johan Herman Carp, adviseur van Mussert, gaf wel een heel bijzondere interpretatie van Spinoza. Zijn spinozisme ging uit van de wezenseenheid van ieder mens met het ‘Aleene’, zoals hij in 1931 verwoordde in ‘Het spinozisme als wereldbeschouwing’.
Na de Tweede Wereldoorlog werd Spinoza door velen omarmd, zelfs in de Tweede Kamer waar Pieter Zandt van de SGP Spinoza een voorbeeld van eendracht en vrede noemde.
De laatste jaren voerde D66 Spinoza op als denker van de keuzevrijheid en de PVV als denker tegen de islam. Gezien Spinoza’s algemene religiekritiek zijn beiden onterecht. Vanaf de onthulling van zijn standbeeld in 1880 werd Spinoza door steeds weer andere groeperingen toegeëigend.
In zijn boek ‘Benedictus de Spinoza, naar leven en werk in verband met zijnen en onzen tijd’ (1871) liet Johannes van Vloten het belang van zijn leer voor de mondige mensen in de 19e eeuw zien. Het doel van zijn boek was de filosofie begrijpelijk en toegankelijk te maken.
Vandaag de dag is Spinoza populairder dan ooit. Hij brengt een filosofie voort van kennis en deugd, van leren leven in harmonie met jezelf en met de mensen om je heen, met God en met de Natuur. En alle vormen van toe-eigening houden die leer ook levend.
Er was al vaker kritiek op de kerk geweest bijvoorbeeld door Desiderius Erasmus, maar de zonde van Spinoza was dat je helemaal geen religie nodig had. Alles is slechts een kwestie van oorzaak en gevolg en de mens moet zoveel mogelijk oorzaak van zijn eigen leven zijn. Hij noemde dat conatus. De juiste kennis leidde tot een deugdzaam leven. Daarmee werd hij weggezet als immoreel en gevaarlijk. Daar kwam door de komst van het socialisme twee eeuwen later pas verandering in en Spinoza populair werd in de arbeidersbeweging. De voortrekkers hierin was Ferdinand Domela Nieuwenhuis en de in Den Bosch geboren Jacob Molenschott, een hoogleraar in Turijn (1861) en Rome (1879). Molenschoot was al fysioloog geïnteresseerd in de werking van onze hersenen en zocht naar de juiste voedingsstoffen voor het denken – mager vlees en jonge groenten. Een streven dat vandaag de dag weer heel actueel is. Hij beriep zich op Spinoza die een aanvulling leek op het materialisme van die dagen. In zijn inauguratierede ‘De eenheid des levens’ in 1864 in Turijn zegt hij: “Niet daarom is het leven een eenheid, omdat het uit een enkele kracht ontspruit; het is een bewegende toestand, een zee waarin de individuele vorm der goven bestendig is”. Goede voeding, de juiste opvoeding, zinvol werk en gezond wonen was een vorm van Spinozisme da goed bij he socialisme paste.
Degene die zich op de filosofie van Molenschott beriep was Multatuli, die door Nieuwenhuis tot moreel voorbeeld werd gesteld. Hoewel hij in tegenstelling tot Spinoza’s Ethica hiervoor een literaire methode gebruikte, sloot hj aan op Spinoza’s hartstochten. Blijheid en liefde waren belangrijk voor het zien van de waarheid.
Multatuli was niet de enige schrijver die zich in de late 19e eeuw liet inspireren door Spinoza. De humanist Johannes van vloten en de socialist en communist Herman Gorter, die de Ethica vertaalde, volgden zijn voorbeeld.
Door Gorter en ook David Wijnkoop werd Spinoza tot de ware voorganger van het communisme gemaakt. De NSB-er Johan Herman Carp, adviseur van Mussert, gaf wel een heel bijzondere interpretatie van Spinoza. Zijn spinozisme ging uit van de wezenseenheid van ieder mens met het ‘Aleene’, zoals hij in 1931 verwoordde in ‘Het spinozisme als wereldbeschouwing’.
Na de Tweede Wereldoorlog werd Spinoza door velen omarmd, zelfs in de Tweede Kamer waar Pieter Zandt van de SGP Spinoza een voorbeeld van eendracht en vrede noemde.
De laatste jaren voerde D66 Spinoza op als denker van de keuzevrijheid en de PVV als denker tegen de islam. Gezien Spinoza’s algemene religiekritiek zijn beiden onterecht. Vanaf de onthulling van zijn standbeeld in 1880 werd Spinoza door steeds weer andere groeperingen toegeëigend.
In zijn boek ‘Benedictus de Spinoza, naar leven en werk in verband met zijnen en onzen tijd’ (1871) liet Johannes van Vloten het belang van zijn leer voor de mondige mensen in de 19e eeuw zien. Het doel van zijn boek was de filosofie begrijpelijk en toegankelijk te maken.
Vandaag de dag is Spinoza populairder dan ooit. Hij brengt een filosofie voort van kennis en deugd, van leren leven in harmonie met jezelf en met de mensen om je heen, met God en met de Natuur. En alle vormen van toe-eigening houden die leer ook levend.
‘JONG DEN HAAG’ EN DE HERLEVING VAN SPINOZA IN NEDERLAND.
Siebe Thissen
In het laatste kwart van de 19e eeuw kroonde Den Haag zichzelf tot stad van Spinoza met een standbeeld voor zijn laatste huis op de Paviljoensgracht. Inspirator hiervoor was de uit Deventer afkomstige Johannes van Vloten. De Haagse columnist Flavor, pseudoniem voor Carel Vosmaer (1826 – 1888) nam de propaganda voor zijn rekening.
Vosmaer sprak van Spinozakoorts vanwege de affecten en hartstochten wat Spinoza zo uitzonderlijk maakten.
Gilles Deleuze noemt het spinozisme een ontmoeting en een passie Hij maakte in de Ethica ook een onderscheid in:
Vosmaer sprak van Spinozakoorts vanwege de affecten en hartstochten wat Spinoza zo uitzonderlijk maakten.
Gilles Deleuze noemt het spinozisme een ontmoeting en een passie Hij maakte in de Ethica ook een onderscheid in:
1. Een aanhoudende stroom van definities, proposities en demonstraties.
2. Een keten van werkende vulkanen waaruit hartstochten opzwellen, ontsproten uit een slingerbeweging van gevoelens van blijdschap en droefheid.
3. Een brandend vuur van temperament en overgave, waarin hij direct en intuïtief tot de lezer spreekt.
Spinoza geniet het exclusieve voorrecht om systematisch en geleerd te zijn, maar tegelijkertijd ook open te staan voor onvoorbereide ontmoetingen.
Flavor (Carel Vosmaer) stond met zijn ‘Vlugmaren’ in het tijdschrift ‘Spectatoravonden’ model voor de liberale durfdenker. Het was de tijd van de rumoermakende en vooruitstrevende liberalen met Spinoza als inspirator.
Vosmaer nam het in zijn columns op voor Johannes van Vloten, die in zijn biografie over Spinoza het woord God verving door ‘Het Leven’.
op 17 oktober 1880 opende Van Vloten het Spinozafonds, waar monumentale, volledige, getrouwe en fraaie uitgaven van werken van Spinoza op de markt werden gebracht en verzameld werden in de ‘Opera Omnia’, wat tot ver in de 20e eeuw een belangrijke bron van internationaal Spinoza-onderzoek zou vormen. Helaas maakte Van Vloten de publicatie niet mee, want hij overleed in het jaar va de uitgave.
Naast Vosmaer was er nog een ander denker van formaat, Petrus van Limburg Brouwer (1829 – 1873), die door Vosmaer ‘mijn mentor’ werd genoemd. Spinoza speelde bij Brouwer een grote rol bij zijn ontwikkeling van christelijk georiënteerde liberaal naar vrijdenker. Hij schreef dat in Duitsland ‘onze grootste wijsgeer werd ontworpen’, terwijl hij in Nederland werd bedolven onder ‘een menigte van strijdschriften’. Deze recensie wordt gezien als de eerste positieve ontvangst van Spinoza in Nederland. Men zag hierdoor dat Spinoza meer dan een geleerde was en zijn werken van wijsheid getuigden. Hij werd de eerste intellectueel, die in Nederland de ‘jonge wetenschap van de vergelijkede godsdienst’ beoefende.
In Duitsland waren Goethe, Jacobi, Mendelssohn en Schlegel bij het onder de aandacht brengen van Spinoza hem al voorgegaan.
Daarnaast zag Brouwer de contouren van Spinoza’s wijsbegeerte opdoemen in de oeroude Indiase religies, waar hij Spinoza’s ‘God is Natuur’ onder schaarde. Voor hem was het spinozisme daardoor geen strikt Europese levensleer meer, maar een universele. Een samensmelting die hij verwoordde in zijn oosterse roman: ‘Akbar’ uit 1872, dat doordrenkt is met spinozistische ideeën, waarvan in de 20e eeuw meer dan 50.000 exemplaren zijn verkocht. Het bracht Oost en West bij elkaar, wat Vosmaer tot de uitspraak bracht: “Ik wens dat onze taal overal verstaanbaar wordt, opdat een ieder verneemt: zo wordt er in het kleine Nederland gedacht en zo durft men er te spreken”.
Flavor (Carel Vosmaer) stond met zijn ‘Vlugmaren’ in het tijdschrift ‘Spectatoravonden’ model voor de liberale durfdenker. Het was de tijd van de rumoermakende en vooruitstrevende liberalen met Spinoza als inspirator.
Vosmaer nam het in zijn columns op voor Johannes van Vloten, die in zijn biografie over Spinoza het woord God verving door ‘Het Leven’.
op 17 oktober 1880 opende Van Vloten het Spinozafonds, waar monumentale, volledige, getrouwe en fraaie uitgaven van werken van Spinoza op de markt werden gebracht en verzameld werden in de ‘Opera Omnia’, wat tot ver in de 20e eeuw een belangrijke bron van internationaal Spinoza-onderzoek zou vormen. Helaas maakte Van Vloten de publicatie niet mee, want hij overleed in het jaar va de uitgave.
Naast Vosmaer was er nog een ander denker van formaat, Petrus van Limburg Brouwer (1829 – 1873), die door Vosmaer ‘mijn mentor’ werd genoemd. Spinoza speelde bij Brouwer een grote rol bij zijn ontwikkeling van christelijk georiënteerde liberaal naar vrijdenker. Hij schreef dat in Duitsland ‘onze grootste wijsgeer werd ontworpen’, terwijl hij in Nederland werd bedolven onder ‘een menigte van strijdschriften’. Deze recensie wordt gezien als de eerste positieve ontvangst van Spinoza in Nederland. Men zag hierdoor dat Spinoza meer dan een geleerde was en zijn werken van wijsheid getuigden. Hij werd de eerste intellectueel, die in Nederland de ‘jonge wetenschap van de vergelijkede godsdienst’ beoefende.
In Duitsland waren Goethe, Jacobi, Mendelssohn en Schlegel bij het onder de aandacht brengen van Spinoza hem al voorgegaan.
Daarnaast zag Brouwer de contouren van Spinoza’s wijsbegeerte opdoemen in de oeroude Indiase religies, waar hij Spinoza’s ‘God is Natuur’ onder schaarde. Voor hem was het spinozisme daardoor geen strikt Europese levensleer meer, maar een universele. Een samensmelting die hij verwoordde in zijn oosterse roman: ‘Akbar’ uit 1872, dat doordrenkt is met spinozistische ideeën, waarvan in de 20e eeuw meer dan 50.000 exemplaren zijn verkocht. Het bracht Oost en West bij elkaar, wat Vosmaer tot de uitspraak bracht: “Ik wens dat onze taal overal verstaanbaar wordt, opdat een ieder verneemt: zo wordt er in het kleine Nederland gedacht en zo durft men er te spreken”.
Mei 2026
© Gonny Pasman -Sakkers
Spinozakring Soest
© Gonny Pasman -Sakkers
Spinozakring Soest
Download hier een pdf van deze recensie
20260508